De geschiedenis van de Nicolaas Mulerius (voorheen “Emanuel“ genaamd).
Wij, de Groninger Studenten Zeilvereniging Mayday, hebben een mooi authentiek schip in ons bezit. We kunnen er mee zeilen en op doordeweekse dagen is de klipper ons onderkomen en onze kroeg.
Je kunt je afvragen waarvoor bepaalde dingen van het schip dienen, wie die stuurse man is op de foto in de roef, maar vooral hoe het vroeger was.
Vroeger.. toen de “Emanuel” in plaats van studenten nog vracht vervoerde.
Rond 1906 liet een Friese vrachtschipper, Sake Hoogeveen, een nieuw schip bouwen op een werf in zijn plaats van herkomst: Drachten. Hij had altijd een houten schip gehad, maar de tijden waren veranderd en wie met zijn tijd mee wilde ging over naar een stalen schip. Dit schip van staal is duurzamer, groter en sneller. Hij liet op de werf Van der Werff te Drachten een nieuwe klipper bouwen. Hiermee vervoerde hij allerlei goederen: graan, hout, zand, veen, stro, etcetera.
Alle goederen die in grote hoeveelheden vervoerd moesten worden gingen in die tijd over het water, vrachtwagens waren er immmers nog niet.
Na een aantal jaren met zijn gezin (vrouw, twee dochters en een zoon) gevaren te hebben, liet Sake het schip in 1931 verlengen. Er werd een aantal meter tussen de romp gezet, zodat er 24 ton extra vracht in het ruim kon. Sake Hoogeveen was een man die met zijn tijd mee ging; eerst al een stalen schip, vervolgens verlengen. Het was dan ook geen vreemde beslissing dat hij in 1937 een motor liet plaatsen, en het tuig liet verkleinen. Op die manier kon er nog wel gezeild worden, maar werd de motor de hoofdaandrijving.
De kromhout motor die toen geplaatst werd, stond op dezelfde plaats als waar de huidige motor staat.
Niet lang daarna overleed Sake en nam zoon Jelle, samen met zijn ongetrouwde zuster, het schip van hun vader over. Ook zij voeren vrachten door heel Nederland naar hun bestemmingen. Het schip voer op verschillende binnewateren in Friesland, maar ook op de grote rivieren en op het IJsselmeer.
Varen was het leven van Jelle; de stuurs kijkende man op de foto in de roef. Hij leefde van zijn vrachtjes en in zijn vrije tijd maakte hij nog wel eens een ommetje met zijn Hasselter Vlet.
Dit bootje kennen wij nu nog als Nicolientje, ons geliefde bijbootje. Op mooie dagen hing Jelle de zwaardjes en het roer aan het bootje, zette het tuigje er op en maakte tevreden een rondje.
Dit lijkt misschien een mooi bestaan, maar het was ook een hard bestaan. Er moest geleurd worden om vrachtjes, de inkomsten waren laag en het was hard werken, maar Jelle was er tevreden mee.
Halverwege de jaren ‘50 overleed de zuster die met hem aan boord leefde, en voer hij alleen verder.
Echter, begin jaren ‘70 werden de regels voor het vrachtvervoer over het water strenger. Men mocht niet minder dan 75% van het minimumloon verdienen om als vrachtvaarder te blijven varen.
Toch heeft hij met wat hulp kunnen blijven varen tot augustus 1984, een jaar voor zijn dood (op 82-jarige leeftijd). En daarmee was zijn “Emanuel”, onze “Nicolaas Mulerius”, met recht de ‘laaste varende vrachtvaarder’.
Een aantal jaren later is het schip gekocht door de architekt Teun Koolhaas. Deze heeft het schip voor een groot deel verbouwd tot hoe wij het kennen: nieuwe roef, intimmering voor de mast, nieuw tuig.
In 2002 kocht de GSZ Mayday het schip en zijn er nog een aantal aapassingen gedaan zoals het inbouwen van een bar, intimmering aan de wanden van het ruim en een bierkoeling in een van de hutten om het schip als kroeg te kunnen gebruiken.
Maar als je goed kijkt en zoekt zie je nog steeds die oude tijd op het schip. De voorpiek van het schip is bijvoorbeeld onveranderd: het is nog in dezelfde staat als toen de zus van Jelle er sliep. En volgens de verhalen liggen nog steeds zijn laarzen in de hel?
Laten wij dus daarom met elkaar goed voor het schip zorgen en hopen dat de geest van Jelle zich rustig houdt.
|
|